Beproeving

Ik luister naar het geruststellende, zalvende stemgeluid van Deepak Chopra, mijn ogen gesloten, mijn lichaam in rust. Zelfs als de boodschap die hij verkondigt totale bullshit zou zijn, zou het lastig zijn er niet in te geloven. Bijzonder hoe een stemgeluid zoveel wijsheid kan uitstralen. 

Vijftien dagen geleden ben ik eraan begonnen: The 21 days of Abundance meditation. Ik ben op dag dertien, want halverwege de eerste week heb ik wat hiccups gehad, omdat ik me nogal makkelijk liet afleiden door van alles en nog wat dat moest gebeuren. Maar nu ben ik op dreef. En dus luister ik naar zijn wijze woorden. De simpele en welbeschouwd logische uitleg van hoe het universum je helpt in overvloed te leven. 

Als ik klaar ben met mediteren leg ik de focus nog een keer op het centrale thema van vandaag: ‘As I let go of the need to arrange my life, the universe brings abundant good to me’. Ik voel me licht en wederom bevestigd in de gedachte dat het inderdaad zo werkt, het universum is er voor jou, als je het toelaat. 

Maar dan slaat de realiteit van vandaag weer aan alle kanten toe. De wereld is in crisis. Mensen verdeeld in degenen die angstig zijn en anderen die juist bagatelliseren. Mensen die tegenover elkaar staan omdat de een de situatie ernstig neemt en vindt dat hij de verantwoordelijkheid moet nemen en de ander, die vindt dat het een zoveelste complot betreft van overheden en pharma industrie om ons klein te houden en vaccins op de dringen. Hoe valt dat te rijmen met de boodschap van een universum dat voor ons werkt? 

Zelf snotter ik en moet ik bovengemiddeld vaak niezen. Dit is geen allergie meer, het zat eraan te komen. Even laat ik me overmannen door angst, als ik me focus op mijn ademhaling en luister naar het gepiep dat ik zo even dacht te horen en te voelen. Wat nou als ik straks echt kortademig word? Maar dan neemt mijn vertrouwen het weer over. Ik ben ‘jong’, ik ben fit, we eten gezond: ik ben verkouden. Misschien zijn het wel lichte verschijnselen van corona, in dat geval: prima, dan heb ik het maar gehad. 

Terug dus naar Deepak. Dat de wereld nu bij wijze van spreken in brand staat, bedenk ik me, is misschien juist het geschenk van het universum aan de mensheid. Gisteren verschenen op het nieuws radarbeelden van afgenomen stikstofgehalte boven Italië, China, zelfs een beetje Nederland. Vanmorgen zag ik beelden op Twitter voorbijkomen: Venetië heeft voor het eerst in zestig jaar helder water door de kanalen lopen. Er zijn weer vissen en zwanen gespot en zelfs hier en daar een dolfijn! En dat terwijl Italië pas tien dagen op slot zit. Tien dagen van mensen die binnen moeten blijven en dus geen lucht vervuilen met uitlaatgassen, geen straten volgooien met afval, de kanalen niet bevaren met eindeloze aantallen gondola’s met bijbehorende shit die onbeschofte toeristen het water in flikkeren. Tien dagen is de mens beperkt en de natuur neemt het weer over.

De natuur is onoverwinnelijk. Ik heb me er al eens eerder over verbaasd. Bijvoorbeeld toen ik vorig jaar in Rome tussen de ruïnes liep van wat vroeger het kloppend hart van een immens keizerrijk was. Overal, echt overal zag ik onder, boven, tussen al die stenen die ooit machtige gebouwen waren, begroeiing. Planten die hun weg vonden over stenen die er ooit door mensenhanden waren neergezet. Planten dus. Op steen. 

Wij vinden onszelf oppermachtig, omdat we het vermogen hebben om te denken, te ontwikkelen, te verbeteren, uit te vinden, elke keer opnieuw. Wij zijn niet oppermachtig. De natuur is oppermachtig. Dat laat Venetië maar al te goed zien. Niemand weet hoe lang dit nog gaat duren. Maar dat het effect zal hebben (en al heeft!) op het leven zoals we dat tot nu toe gekend hebben is een ding dat zeker is. Al is het alleen al omdat we in een surreële situatie zitten die we ons een paar weken geleden niet eens hadden kunnen voorstellen.

Wellicht is dit wel de beproeving van onze generatie. Onze (over)grootouders hebben oorlog gekend. Dood en verderf, schaarste, honger, echte gefundeerde angst, wantrouwen in een ieder omdat dát het verschil kon maken tussen leven en dood. Wat hebben wij nou helemaal meegemaakt? Oké, elf september was wel een serieus en angstig en ingrijpend iets. En toch heeft het ons dagelijks leven híer niet ingrijpend beïnvloed. Laten we eerlijk zijn. Wij hebben tot nu toe fluitend door het leven kunnen gaan en worden ineens geconfronteerd met steeds verdergaande beperkingen in onze bewegingsvrijheid en onze mogelijkheden. Als dit onze beproeving is, dan teken ik ervoor. En net zoals dat met de heldere kanalen van Venetië is gegaan heb ik er alle vertrouwen in dat het uiteindelijk ook met ons goed zal komen. 

 

Déja vu

Terwijl ik de kaartjes schrijf met een persoonlijke boodschap voor mijn jongens en lieftallige echtgenoot voel ik weer die brok in mijn keel en de spanning door mijn lijf razen. Het zijn niet de kaartjes. Ik laat bij elke trip een briefje voor ze achter met een boodschap voor elk van hen. Om ze te laten weten dat ik van ze hou en dat ze precies goed zijn zoals ze zijn. Alleen toen was ik steeds maar vier, maximaal vijf dagen weg. Een lang weekend ergens in een Europese stad op maximaal drie uur vliegen van Schiphol. Dit keer is het anders. Dit keer vertrek ik voor veertien dagen en zit ik ook nog eens op zeventien uur vliegen hier vandaan. Het gevoel dat me bekruipt herinnert me aan mijn stage, nu alweer twintig jaar geleden. 

Toen ik hoorde dat een stageplek in een resort in Cancun, Mexico, tot de mogelijkheden behoorde, voelde ik meteen: dit moet ik doen! Dat gevoel werd echter snel verdreven door de mitsen en maren. Wat als onze relatie geen stand houdt, zo acht maanden van elkaar gescheiden? Wat als ik hem zo erg ga missen dat ik het er helemaal niet naar mijn zin heb? Is het niet veel beter voor mijn carrière om gewoon in Nederland stage te lopen? De kans op een aanstelling na stage is immers veel groter. Na veel wikken en wegen besloot ik dat ik, ondanks alle tegenwerpingen, moest luisteren naar mijn allereerste ingeving en moest gaan. Weken van voorpret en voorbereiding gingen er voorbij. Ik kon niet wachten tot het zover was, het avontuur tegemoet.

Tot het echt dichtbij kwam. Tot het in alle heftigheid tot me doordrong dat ik ACHT maanden weg zou zijn. Dat ieders leven hier zou doorgaan zonder mij. Dat alles misschien wel anders zou zijn als ik terug was. Ik had er onwijs veel zin in en vond het verschrikkelijk tegelijk. 

Zo voelt het nu ook. Ik kan niet wachten om die reis te gaan beginnen waar ik zoveel tijd aan heb besteed in de voorbereiding. Maar het achterlaten van mijn gezin weegt me toch zwaar. Mijn jongens niet kunnen knuffelen zo lang, er niet voor ze zijn. Toegegeven, het is wat overdreven, je kunt veertien dagen onmogelijk vergelijken met acht maanden. Dat maakt echter de spanning er niet minder om. Ik moet uit mijn comfortzone. Ik moet loslaten en erop vertrouwen dat ze heus oké zullen zijn zonder mij. Het komt ook echt goed. De reis wordt ook gewoon heel tof. Het wordt een ervaring om nooit te vergeten, eentje waar ik met volle teugen van ga genieten, net als ik heb gedaan tijdens mijn stage, ondanks de keerzijde. Die ervaring pakt ook niemand me meer af.